Paragrafen

Financiering

Schuldpositie en -definities

Gemeenten lenen hoofdzakelijk voor investeringen. Het lenen van geld leidt tot een schuldpositie. Een goed zicht op de schuldpositie draagt bij aan het besef dat de uit de geleende gelden voortvloeiende rente- en aflossingsbetalingen beslag leggen op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Hoe hoger dergelijke betalingen, hoe minder de gemeente aan andere publieke voorzieningen kan besteden.

Schulddefinities
Bij decentrale overheden, waaronder gemeenten, worden verschillende schulddefinities gehanteerd:

  • De bruto gevestigde schuld. Dit betreft het totaal van de aangetrokken korte en lange financiering.
  • De EMU-schuld. Dit is de bruto gevestigde schuld onder aftrek van de leningen die van medeoverheden zijn opgenomen.
  • De netto schuld. Dit betreft het (balans)saldo van enerzijds lang- en kortlopende schulden en anderzijds lang- en kortlopende financiële activa en vorderingen. Zie tabel 2 voor de opbouw van de netto schuld.
  • De netto schuldquote. Hierbij wordt de netto schuld uitgedrukt als percentage van de inkomsten (baten).

Bruto gevestigde schuld en EMU-schuld

Uit onderstaande tabel blijkt dat de gevestigde schuld gedurende 2025 is toegenomen met 22,5 miljoen euro. De EMU-schuld is daarentegen afgenomen met 2,5 miljoen euro. Het verschil tussen de bruto gevestigde schuld en de EMU-schuld betreft leningen die opgenomen zijn door mede-overheden. Deze tellen wel mee voor de bruto gevestigde schuld, maar niet mee voor de EMU-schuld.

Tabel 1: Verloopoverzicht bruto gevestigde schuld en EMU-schuld over 2025

x € 1.000.000

Soort

Restant hoofdsom
per eind 2024

Betaalde aflossingen

Nieuw
opgenomen of hergefinancierd

Restant hoofdsom
per eind 2025

Onderhandse leningen

635,0

90,0

140,0

685,0

Renteswaps (derivaten)

273,0

5,0

0,0

268,0

Subtotaal BBV-categorie onderhandse leningen van binnenlandse banken

908,0

95,0

140,0

953,0

Medium Term Notes (MTN’s; BBV-categorie obligaties)

141,0

0,0

10,0

151,0

Subtotaal langlopende leningen

1.049,0

95,0

150,0

1.104,0

Kortlopende leningen

164,0

164,0

131,5

131,5

Bruto gevestigde schuld

1.213,0

259,0

281,5

1.235,5

Waarvan opgenomen van mede-overheden

90,0

0,0

25,0

115,0

EMU-schuld

1.123,0

259,0

256,5

1.120,5

Met betrekking tot bovenstaande leningenportefeuille zijn de volgende zaken relevant:

  • Gedurende 2025 heeft één financieringsronde plaatsgevonden, te weten in januari voor in totaal 150 miljoen euro, hier zijn toen 4 onderhandse leningen afgesloten voor in totaal 140 miljoen euro variërend in looptijden van 2, 8 en 10 jaar (gemiddelde rente respectievelijk 2,559%, 3,042% en 3,035%). Daarnaast is er 1 MTN afgesloten voor een bedrag van € 10 miljoen.
  • In 2025 liepen contractueel vier onderhandse leningen voor in totaal 90 miljoen euro af. (met een gemiddelde rente van 0,986%).
  • Op derivaten is in 2025 5 miljoen euro regulier afgelost.
  • Voor een volledige specificatie conform BBV-voorschriften van de derivatenportefeuille en de daaraan verbonden relevante contractbepalingen verwijzen wij u naar de toelichting op de balans.

Netto schuld

De opbouw en het verloop van de netto schuld over 2025 kan als volgt worden weergegeven:

Tabel 2: Verloopoverzicht netto schuld over 2025

 x € 1.000.000  

Soort

Conform BBV- artikel

Balans zijde

Stand per 31-12-2024

Stand per 31-12-2025

Mutatie 2025

Bruto gevestigde schuld:

  • Vaste schuld

46

C

1.049,0

1.104,0

  • Vlottende schuld

48

C

164,0

131,5

Subtotaal bruto gevestigde schuld

1.213,0

1.235,5

22,5

Overige vaste schulden

46

C

12,5

17,4

Overige vlottende schulden

48

C

35,5

30,6

Overlopende passiva

49

C

499,8

569,2

Subtotaal schulden (A)

1.760,8

1.852,7

+91,9

Minus:

Uitzettingen >1jr Schatkist

36 lid d

D

0,0

0,0

Overige uitzettingen >1jr

36 lid f

D

0,2

0,2

Uitzettingen <1jr

39

D

161,1

177,1

Liquide middelen

40

D

2,7

4,1

Overlopende activa

40a

D

116,9

109,6

Subtotaal financiële activa en overige vorderingen (B)

280,9

291,0

10,1

Netto schuld (A – B)

1.479,9

1.561,7

81,8

Uit deze tabel blijkt dat de netto schuld over 2025 met ruim 80 miljoen euro is toegenomen.
Voor nadere info over bovenstaande mutaties wordt verwezen naar de Toelichting op de balans.

Interne schuldnormering

Om de houdbaarheid van de gemeentefinanciën ook op de lange termijn te borgen, beheersen we de schuld aan de hand van interne schuldnormeringen. In onderlinge samenhang geven deze een goed zicht op de schuldpositie en schuldontwikkeling. Daarnaast is in het Coalitieakkoord 2022-2026 afgesproken dat de netto schuldquote niet hoger mag zijn dan 130%, dit in lijn met de signaleringswaarde zoals bepaald in het Gemeenschappelijk Toezichtskader. Dit leidt tot het volgende beeld over 2025:

Tabel 3: Schuldnormering 2025

x € 1.000.000

Kengetal

Eenheid

Norm

Nominale begroting 2025

Realisatie 2025

1. Netto schuldquote =

            Netto schuld

1.672,1

1.562,0

            Baten voor bestemming (1)

2.042,4

2.140,1

            Netto schuldquote

%

130,0%

81,9%

73,0%

2. Interne renterisiconorm =

Totaalbedrag aan netto aflossingen en renteherzieningen niet hoger dan 10% van de leningenportefeuille (2)

miljoen euro

134,9

95,0

95,0

3. Netto rentelasten =

Netto rentelasten niet hoger dan 4% van de exploitatielasten

%

4%

1,3%

1,3%

4. EMU-referentiewaarde =

EMU-saldo niet negatiever dan EMU-referentiewaarde (3) (4)

miljoen euro

-106,6

-85,9

-83,9

(1) Ramingskolom conform nominale begroting 2025.
(2) Norm op basis van de werkelijke restantschuld van de langlopende leningenportefeuille per begin 2025, te weten 1.049 miljoen euro.
(3) Minteken = (geraamd) tekort; normwaarde conform Decembercirculaire Gemeentefonds 2024. In de Programmabegroting 2025 was nog uitgegaan van een geschat normbedrag van -106,6 miljoen euro.
(4) Conform BBV-richtlijnen is het gerealiseerde EMU-saldo elders in dit jaarverslag apart gespecificeerd.

Toelichting op de netto schuldquote:

Per eind 2025 is de netto schuldquote uitgekomen op 73,0%. Dat is bijna 9 procentpunt lager dan voorzien bij de Programmabegroting 2025, maar wel hoger dan de realisatie in 2024 (72,8%). Puur als quote bezien kan dit geduid worden als een gunstige uitkomst, omdat de toename van de netto schuld daarmee is achtergebleven. Daardoor is er meer investeringsruimte beschikbaar voordat de signaleringswaarde van 130% bereikt wordt zoals opgenomen in het Gemeenschappelijk Toezichtkader.

Toelichting op het EMU-saldo:

Jaarlijks stelt het rijk het totaalbedrag vast dat decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) gezamenlijk maximaal als EMU-tekort zouden mogen hebben, de zogenoemde macronorm. Voor 2025 was deze vastgesteld op circa 21,9 miljard euro. Naar rato van begrotingstotalen is door het rijk vervolgens berekend hoeveel dat per gemeente, provincie of waterschap zou mogen zijn. Dit wordt een referentiewaarde genoemd. Voor Utrecht bedroeg die voor 2025 106,6 miljoen euro. Dit is per overheidsentiteit dus een richtwaarde en geen harde norm (1).  
Voor zichzelf heeft de gemeente die referentiewaarde echter als wel norm bepaald.

Het EMU-saldo over 2025 is in werkelijkheid uitgekomen op een tekort van 83,9 miljoen euro. Dat tekort is circa 2 miljoen euro minder nadelig uitgekomen dan geraamd bij de Programmabegroting. Dit verschil is veroorzaakt door:

  • een hogere afname van de overige langlopende leningen (0,7 miljoen euro nadelig)
  • een hogere toename van de uitzettingen (16,3 miljoen euro voordelig)
  • een lagere afname van de liquide middelen (8,5 miljoen euro nadelig)
  • een lagere toename van de overlopende activa (8,5 miljoen euro nadelig)
  • een lagere toename van de vaste schuld (15,0 miljoen euro voordelig)
  • een lagere toename van de netto vlottende schuld (34,4 miljoen euro voordelig)
  • een hogere toename van de overlopende passiva (46,0 miljoen euro nadelig)

(1) Dit kan alleen tot consequenties leiden indien bovengenoemde macronorm (dus van alle decentrale overheden gezamenlijk) wordt overschreden. In dat geval kan op grond van de Wet houdbare overheidsfinanciën een korting c.q. correctie op de Algemene Uitkering worden doorgevoerd. Tot dusver is dat niet gebeurd, maar op dit punt is wel sprake van een toekomstig risico gelet op de verslechterende financiële positie van gemeenten. Overschrijding van de eigen referentiewaarde heeft dus geen directe consequenties.
(2) Bij de primitieve begroting was nog een afname voorzien van de voorraad bouwgronden van 38 miljoen euro, maar uiteindelijk is die voorraad over 2025 juist met circa 121 miljoen euro toegenomen. Dit resulteert in 147,3 miljoen euro hogere investeringsuitgaven en dat heeft een nadelig effect op het EMU-saldo.

Interne rente

De gemeente Utrecht past een renteomslagmethodiek toe. Daarbij worden aan investeringen de gemiddelde rentekosten toegerekend die voortvloeien uit de opgenomen geldleningen en/of eigen middelen waarmee deze zijn gefinancierd. Met ingang van 2024 is het interne omslagpercentage vastgesteld op 2%. Dit omslagrentepercentage is ook voor 2025 van toepassing geweest in de begroting.
Het saldo tussen de netto werkelijke rentelasten enerzijds en de aan activa toegerekende omslagrente wordt aangeduid als renteresultaat. Op grond van het BBV mag dit renteresultaat niet meer bedragen dan 25% van de aan taakvelden toe te rekenen rente. De afwijking tussen het werkelijke renteresultaat 2025 en de aan taakvelden toegerekende rente is groter geweest dan 25%. Daarom is de omslagrente neerwaarts bijgesteld naar 1,75%. Dit heeft op totaalniveau geen financiële consequenties in deze jaarrekening, want dit is budgettair neutraal. Er is wel sprake van financiële verschuiving op taakveldniveau.

Tabel 4: Financieringsresultaat 2025

x € 1.000

Omschrijving

Actuele begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

a

Externe rentelasten lange en korte financiering

35.595

31.485

4.110

b

Externe rentebaten

309

146

163

Saldo externe rentebaten en -lasten

35.286

31.339

3.947

c1

Rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

-1.806

-2.746

940

c2

Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

0

0

c3

Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

33.480

28.593

4.887

d1

Rente over eigen vermogen

5.674

5.626

48

d2

Rente over voorzieningen

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

39.154

34.219

4.935

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

37.220

40.418

3.198

Renteresultaat op het taakveld Treasury

1.934

-6.199

8.133

Deze pagina is gebouwd op 05/18/2026 08:30:04 met de export van 05/13/2026 17:52:13