Vorderingen op openbare lichamenx € 1.000 | ||||
Omschrijving | Boekwaarde | Boekwaarde 31-12-2025 | ||
Btw Compensatiefonds | 86.140 | 85.691 | ||
Overige vorderingen op openbare lichamen | 4.005 | 9.750 | ||
Totaal | 90.144 | 95.441 | ||
De grootste overige vorderingen op openbare lichamen eind 2025 zijn:
Gemeente Den Haag 0,8 miljoen
Gemeente Utrechtse Heuvelrug 0,7 miljoen
Gemeente Woerden 0,6 miljoen
BghU 0,5 miljoen
GGD regio Utrecht 0,3 miljoen
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
x € 1.000 | ||
Omschrijving | Boekwaarde | Boekwaarde |
Saldo Schatkistbankieren | 0 | 0 |
Totaal | 0 | 0 |
Schatkistbankieren
Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden eventuele overtollige geldmiddelen in ’s Rijks Schatkist aan te houden, dit met uitzondering van een zeker drempelbedrag dat wordt bepaald aan de hand van de begrotingsomvang. Voor 2025 bedroeg deze drempel 13,32 miljoen euro.
Alleen indien de gemeente over meer liquide middelen beschikt dan het drempelbedrag dan dient zij in ieder geval het meerdere in de Schatkist aan te houden.
Conform voorschrift vanuit BBV zijn in onderstaande tabel posities met betrekking tot Schatkistbankieren (benutting drempelbedrag) weergegeven
x € 1.000.000 | ||
Bepaling drempelbedrag | ||
Begrotingstotaal aan lasten conform Programmabegroting 2025 | 2.161,4 | |
Waarvan: | Relevant | Opbouw | |
|---|---|---|---|
1e schijf | 500,0 | 2,00% | 10,00 |
2e schijf | 1.661,4 | 0,20% | 3,32 |
Drempelbedrag 2025 | 13,32 |
x € 1.000.000 | ||||
Omschrijving | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen | 7,772 | 5,153 | 4,499 | 5,334 |
Dagen in het kwartaal | 90 | 91 | 92 | 92 |
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen | 0,086 | 0,057 | 0,049 | 0,058 |
Drempelbedrag | 13,32 | 13,32 | 13,32 | 13,32 |
Overschrijding drempelbedrag | 0 | 0 | 0 | 0 |
of | ||||
Ruimte onder drempelbedrag | 13,24 | 13,27 | 13,27 | 13,26 |
Uit deze tabel blijkt dat de gemeente Utrecht gedurende 2025 ruim binnen haar drempelbedrag heeft geopereerd. De rentevergoeding over in Schatkist geplaatste geldmiddelen beweegt doorgaans mee met de beslissingen van de Europese Centrale Bank. Deze daalde daarmee van 3,0% per eind 2024 tot circa 2,0% per eind 2025.
Voor nadere informatie over Schatkistbankieren zie ook de Financieringsparagraaf, onderdeel Kasmanagement.
Rekening-courant met niet-financiële instellingen
Dit betreft uitstaande gelden bij het:
· Nationaal Restauratiefonds voor leningen voor gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden en particuliere woningverbetering (in totaal 4,678 miljoen euro per eind 2025).
· Stimuleringsfonds Volkshuisvesting voor leningen voor particuliere woningverbetering en voor duurzaamheidsleningen (in totaal 3,424 miljoen euro per eind 2025).
Overige vorderingen
Dit betreft het openstaande debiteurensaldo.
x € 1.000 | |||
Omschrijving | Boekwaarde | Boekwaarde | |
Bijstandsdebiteuren | 25.171 | 23.356 | |
Voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren | -22.452 | -21.317 | |
Debiteuren | 40.865 | 43.622 | |
Voorziening dubieuze debiteuren | -2.289 | -2.661 | |
Belastingdebiteuren BGHU | 23.742 | 32.189 | |
Voorziening dubieuze debiteuren BGHU | -1.844 | -1.661 | |
Totaal | 63.193 | 73.528 | |
Het hogere saldo van de post “Debiteuren” ten opzichte van het saldo op 31 december 2024 is vooral veroorzaakt door:
.
- De zes hoogste vorderingen in 2025 zijn circa 3 miljoen hoger dan de zes hoogste vorderingen in 2024. Uitschieters hierbij zijn BPD Ontwikkeling BV met 3,6 miljoen en Coöperatie Servicehuis Parkeer met 3,1 miljoen.
- De stijging van de voorziening dubieuze debiteuren komt voornamelijk doordat bij Stadsbedrijven de voorziening met 0,4 miljoen verhoogd is tot 1,4 miljoen.
Belastingdebiteuren BGHU
Na de piek in 2023 daalde het debiteurensaldo in 2024, maar in 2025 is weer sprake van een toename. Deze wordt vooral veroorzaakt door hogere openstaande bedragen bij zakelijke heffingen en enkele specifieke belastingen, mede door hogere aanslagen en een groter aandeel niet-woningen. De bestaande betalingsregelingen dragen bij aan een overloop tussen boekjaren.
