Doelstellingen

5: Specialistische jeugdhulp

Specialistische jeugdhulp

Jeugdigen groeien gezond, veilig en zoveel mogelijk thuis op door, als het nodig is, inzet van specialistische jeugdhulp. 

Wat hebben we bereikt in 2025?

KOOS, Spoor030 en Yeph hebben (zeer) specialistische jeugdhulp geboden aan jeugdigen en ouders en consultatie geboden aan partners. KOOS en Spoor030 hebben vragen van jeugdigen en ouders zo goed en zoveel mogelijk beantwoord binnen de eigen leefwereld en waar passend met ondersteuning vanuit de sociale basis. Steeds vaker wordt hulp ook groepsgericht aangeboden waar mogelijk (ook collectief samen met het buurtteam). Met onder andere Yeph is een plan van aanpak gemaakt voor de verdere om- en afbouw van JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) en de opbouw van alternatieven in de komende jaren, zodat ook deze vorm van zorg zo kleinschalig, gezinsgericht en tijdelijk mogelijk beschikbaar is. 

Beleidskader

Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten

Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Strategie contracteren Aanvullende Zorg Jeugd vanaf 2020  

2018

Ambities en ontwikkelopgaven Jeugd en de manier waarop deze worden vertaald naar afspraken met aanbieders van specialistische zorg voor de periode 2020 en verder. 

Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024  

2023

Verordening waarin onder andere is vastgelegd welke jeugdhulpvoorzieningen de gemeente Utrecht biedt en hoe de toegang tot deze jeugdhulpvoorzieningen is geregeld. 

Effectindicatoren 

Bereik  
 
 
Toelichting:  

  • Deze grafiek toont per dag in 2022-2026 het aantal jeugdigen dat (zeer) specialistische jeugdhulp kreeg van KOOS, Spoor030 of Yeph of als gevolg van het woonplaatsbeginsel van een andere aanbieder.  
  • Het aantal jeugdigen in (zeer) specialistische jeugdhulp is over 2025 redelijk stabiel. De aantallen in zorg zijn licht gedaald ten opzichte van 2023 en 2024. Overigens zijn de totale zorgkosten wel toegenomen, zie hiervoor de toelichting bij Activiteiten. 
  • KOOS en Spoor030 bekeken, door consulten en samenwerking met andere partners, of hulpvragen in de sociale basis en/of door de buurtteams konden worden opgepakt en de inzet van specialistische jeugdhulp minder of niet nodig was.  
  • Het aantal jeugdigen in zorg bij Yeph is in 2025 licht gedaald. De stijging in 2023-24 die mogelijk het gevolg was van de sluiting van de landelijke voorziening ZIKOS en het beleid vanuit Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) om jeugdigen minder in JJI's te plaatsen, lijkt gestabiliseerd. Door de kleine aantallen is het lastig om trends goed te duiden. 

Beschikbaarheid

   
Toelichting:  

  • Deze grafiek laat het aantal wachtenden per tertaal vanaf 2023 bij KOOS Utrecht en Spoor030 zien. Dit zijn de jeugdigen die nog geen specialistische jeugdhulp krijgen maar die al wel zijn aangemeld.  
  • KOOS en Spoor030 bekeken samen met jeugdigen en gezinnen die wachtten of (tijdelijk) andere hulp (zoals buurtteams, sociale basis, eHealth) ingezet kon worden om de situatie (deels) te verlichten.  
  • KOOS en Spoor030 pakten spoedeisende vragen (zoals veilig thuis-meldingen, ernstige somberheid, eetstoornissen, schooluitval, suïcidaliteit, jonge kind) direct op.  
  • Het aantal wachtenden is opnieuw gestegen in 2025. Ook al daalt het totaal aantal cliënten, zien we dat cliënten wel langer in zorg blijven. Daardoor stijgt ook het aantal wachtenden. 

Kwaliteit   
 
  

  • In 2025 zijn er voor Jeugd – aanvullende zorg verspreid over 2 aanbieders 373 vragenlijsten ingevuld. In verband met het verkleinen van het risico op herleidbaarheid, is er een grens van minimaal 10 ingevulde enquêtes nodig, per vragenlijst en locatie, om resultaten te tonen. Hierdoor zijn er 319 vragenlijsten inzichtelijk. 
  • De figuur toont een optelsom van verschillende stellingen* onder de noemers ‘ervaren toegankelijkheid’, ‘ervaren kwaliteit’ en ‘ervaren effect’.  
  • Op het onderdeel ‘ervaren kwaliteit’ is een overwegend positief beeld te zien. Op de onderdelen ‘ervaren toegankelijkheid’ en ‘ervaren effect’ is het beeld iets wisselender: de meerderheid is positief, maar ten opzichte van ‘ervaren kwaliteit’ geeft een groter aandeel respondenten ‘neutraal’ aan. Ook is het aandeel dat het ‘(helemaal) niet eens’ is met de stellingen hoger bij ‘ervaren toegankelijkheid’ en ‘effect’ dan bij ‘ervaren kwaliteit’. Ten opzichte van 2024 lijkt het beeld vergelijkbaar. Wel lijkt het aandeel ‘(helemaal) niet mee eens’ iets te zijn toegenomen bij ervaren kwaliteit.  
  • Ongeveer 200 respondenten hebben in een open antwoord aangegeven wat ze goed vinden gaan en wat er beter kan.  
  • In gesprekken worden de resultaten met de betreffende aanbieders besproken. 

Proclaimer: 
De figuur bestaat uit resultaten van aanbieders van specialistische jeugdhulp bij elkaar opgeteld. Verschillende stellingen en vragenlijsten zijn samengenomen: jongeren en ouders, en na start van een traject en na afsluiting van een traject. De vragen over het ervaren effect kunnen lastiger te beoordelen zijn voor respondenten die sinds kort zijn gestart met een traject. De figuur doet geen recht aan deze verschillen en is enkel bedoeld om een globaal beeld te schetsen.  

Activiteiten

Nieuwe activiteiten in 2025
Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.
Niet van toepassing.

Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025.
Niet van toepassing.

Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025
Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025.

  • De uitvoering van de Nadere regel Herstel en Veerkracht Utrechtse Jeugd vanuit Versneld Vernieuwen en NPO-gelden is in 2025 beëindigd.   

Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in Programmabegroting 2025.
Niet van toepassing.

Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025 
Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.

  • KOOS en Spoor030 hebben jeugdigen en ouders zo goed als mogelijk tijdig passende specialistische jeugdhulp geboden vanuit teams in de buurt.  
  • KOOS en Spoor030 hebben in toenemende mate groepsgerichte specialistische jeugdhulp geboden.
  • We hebben jeugdigen zoveel mogelijk een passende plek in reguliere kinderopvang (met extra ondersteuning) geboden.  
  • Yeph heeft zeer specialistische jeugdhulp geboden en hun expertiseteam heeft hulpverleners die al betrokken zijn bij een gezin ondersteund door middel van vroegtijdige specialistische expertise en consultatie.   
  • KOOS en Spoor030 hebben expertises in hun eigen teams versterkt, hierdoor lukt het om steeds meer ambulante vragen zelf op te pakken. Het aantal onderaannemers is vrijwel ongewijzigd.  
  • Partners hebben ingezet op behoud en werven van professionals. Voor sommige specifieke expertises blijft het echter lastig om vacatures te vervullen. 
  • Wel thuis: we hebben ingezet op zo thuis mogelijk opgroeien (minder uithuisplaatsingen) en, als thuis blijven wonen toch niet mogelijk is, meer pleegzorg en gezinshuizen. We hebben relatief weinig kinderen in verblijf ten opzichte van landelijke cijfers.  
  • We hebben ons gericht op de ontwikkeling van alternatieven voor de gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) door de voorbereiding van de verwerving van de hoogspecialistische jeugdhulp (nu Yeph) die we verbinden aan de SPUK af- en ombouw gesloten jeugdhulp.  
  • We zijn met omringende jeugdhulpregio’s gestart met het realiseren van een bovenregionaal team om alle bovenregionale samenwerkingen in samenhang te organiseren. Door een gat tussen het vertrek van de projectleider Bovenregionaal Expertisenetwerk (BEN) en de start van een nieuwe programmamanager hebben we een lager bedrag kunnen inzetten vanuit SPUK BEN middelen dan begroot. 

Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de Programmabegroting 2025.

  • We zien volumegroei bij met name dagbehandeling, dagbesteding en verblijf. Het gaat om relatief weinig cliënten maar de kosten per traject zijn hoog. Daarnaast zien we een verschuiving van hoog-specialistische zorg naar specialistische zorg. Het risico hierop is eerder gemeld in de Tweede Bestuursrapportage 2025 .  

Financiën 5: Specialistische jeugdhulp

In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht. 

 

x € 1.000

Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

Baten

-1.971

SPUK Bovenregionale Expertisenetwerken (BEN) zijn lager dan begroot. Zie lasten.

-1.622

I

De SPUK voor de vastgoedtransitie voor essentiële functies is in 2025 niet volledige besteed, daarmee zijn er ook lagere baten. De resterende middelen blijven beschikbaar voor inzet in 2026.

-699

I

Hogere baten door de niet begrote baten Pilot Zorg en School.

486

Lagere baten voor de SPUK-middelen woonplaatsbeginsel (WPB) dan begroot. De begrote inkomsten van de SPUK betreffen een inschatting op basis van realisatie van eerdere jaren.

-136

I

Lasten

-848

Lagere lasten dan begroot voor SPUK BEN- middelen door het niet kunnen invullen van de vacature van een projectleider gedurende het jaar 2025.

1.622

I

De SPUK voor de vastgoedtransitie voor essentiële functies is niet ingezet in 2025 en blijft voor 2026 beschikbaar.

699

De prognose 2025 voor de hoog-specialistische jeugdzorg was gebaseerd op de realisatie tot en met het derde kwartaal van 2024 waarin een toename zichtbaar was van het aantal zorgtrajecten. Bij het opstellen van de prognose is aangenomen dat de toename in 2025 zou doorzetten maar deze ontwikkeling heeft zich niet voorgedaan. Ook is uitvoering gegeven aan het beleid gericht op de afbouw van gesloten jeugdzorg, hetgeen heeft geresulteerd in een lagere instroom en daarmee lagere uitgaven.

817

I

Het aantal aanvragen voor persoonsgebonden budgetten (PGB) is hoger, wat heeft geleid tot hogere uitgaven dan geraamd.

-411

I

De hogere lasten bij de specialistische zorg wordt voornamelijk veroorzaakt door volumegroei in specifieke vormen van zorg (dagbehandeling, dagbesteding en verblijf).
De in de december circulaire 2025 gelabelde middelen kinderopvang pleegzorg (0,228 miljoen euro) zijn nog niet verwerkt in de begroting van deze doelstelling en zijn ter dekking voor de hogere lasten.

-3.741

I

Lagere lasten bij de specialistische zorg door minder inzet op specifieke projecten. Hiermee wordt een deel van de hogere kosten voor specialistische jeugdhulp gedekt.

905

I

Hogere lasten dan begroot voor zorgtrajecten die onder het woonplaatsbeginsel (WPB) vallen. Bij de voorjaarsnota 2025 zijn de baten met 1,2 miljoen euro opgehoogd maar het bijbehorende lastenbudget niet.

-953

I

Overige lasten

213

I

Deze pagina is gebouwd op 05/18/2026 08:30:04 met de export van 05/13/2026 17:52:13